B2 – regels wanneer de werkwoorden naar het eind van de zin verplaatsen.

De regels wanneer alle werkwoorden naar het eind van de zin verplaatsen.

 

  1. Wanneer er sprake is van een bijzin (als, omdat, terwijl, zodat, hoewel etc….)
    Een bijzin wordt door een voegwoord gekoppeld aan een hoofdzin.
    Bij de bijzin verplaatsen alle werkwoorden naar achteren.
    Kijk voor meer informatie hierover bij B2-schrijven: hoofdzin/ bijzin.
  1. Indirecte reden
    Bijvoorbeeld:

Ze zeggen dat

Hij denkt dat

We weten zeker dat

Ik geloof dat

 

Eigenlijk alles met dat…

EN

Als we praten over ‘vragen of’ telt het ook

 

Ik vraag of je met mij mee naar de film gaat.

MAAR: het moet de combinatie vragen of/ ik vraag me af of zijn.

 

  1. Indirecte vraag

Wanneer je waarom, waar, hoe, wie, wanneer (eigenlijk alle vraagwoorden) in het midden van de zin gebruikt.

Kan je mij vertellen waarom je de deur niet op slot hebt gedaan?

Ik weet niet hoe onze nieuwe collega heet.

Weet jij waar mijn sleutels zijn?

LET OP: Een indirecte vraag komt vaak voor met:

  • Kunnen jullie ons vertellen….
  • Ik wil graag weten….
  • Mogen we vragen….
  • Ik vraag met af…
  • Kunt u me zeggen…
  • Ze vraagt…
  • Ik weet niet….
  1. Relatieve bijzin

Dit is geen vraag.

De relatieve bijzin kan ook gemaakt worden met de vraagwoorden (wie, waarom, wanneer, hoe etc….) EN met ‘die’ of ‘dat’.

Bijvoorbeeld:

Het boek dat op tafel ligt, is van James

De auto die voor ons huis staat, is van de buurman.

De vrouw met wie ze een praatje maakte, is de nieuwe buurvrouw.

De bloemen die op tafel staan, heb ik van mijn man gekregen.

Het bed dat op de logeerkamer staat, is oud.

In dit geval:

De – woorden –> die

Het – woorden –>  dat

 

Klink op deze link om hiermee te oefenen: Oefening B2 – regels wanneer de werkwoorden naar het eind van de zin verplaatsen

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.