• +31 97023229333
  • info@detaalschool.com

B2 – Schrijven

Schrijfopdracht #1 (B2)

Je werkt nu ongeveer een half jaar bij je huidige werkgever. Je werkt bij een ecologisch bedrijf, maar het valt je op dat dit bedrijf heel veel plastic gebruikt. Dit is in strijd met de waarden waar ze voor staan. Schrijf een stukje voor het personeelsblad. Je wil jouw collega’s overtuigen om minder plastic te gebruiken. Ze werken immers bij een bedrijf dat staat voor een beter milieu.

 Gebruik minstens 3 argumenten.

Printen? Dat kan hier: schrijfopdracht #1 (b2)

Oefenen met vaste voorzetsels #1

  1. Hij is aansprakelijk ____________ voor het breken van die laptop.
  2. Er is geen aanleiding __________ dat vervelende gedrag.
  3. De vakantie hangt af ____________ het geldbedrag dat we kunnen besteden.
  4. Ben jij bekend ____________ de onregelmatige werkwoorden?
  5. Ik ben bezig _____________ de voorbereiding van de vergadering.
  6. Hij is boos __________ de buurman. Hij draait elke avond harde muziek.
  7. Jij levert ___________ alles wat ik zeg commentaar. Dat vind ik niet fijn.
  8. Ik ben dol ___________ de koekjes van de Albert Heijn.
  9. Ik hunker ______________ zon, zee en strand.
  10. Dat geld weegt niet op _________________ de emotionele waarde van het horloge.

 

 

Lesidee #2: ‘vraag om een overnachting via couchsurfing’ (B1-B2)

Lesidee #2

Let op: deze opdracht is het meest geschikt voor expats. Couchsurfing is (helaas) niet in het Nederlands beschikbaar. Zorg er dus voor dat je deze opdracht uitvoert bij cursisten waarvan je weet dat ze Engels kunnen lezen.

Couchsurfing is het grootste internationale netwerk dat gebaseerd is op gastvrijheid. Je kunt gratis lid worden van deze website (www.couchsurfing.com). Als je lid bent kun je andere leden om een overnachting op hun bank vragen. Ook kun je aangeven of jij plek hebt om andere mensen op jouw bank te laten overnachten.

Maak een gratis account aan op couchsurfing. Laat je cursisten via jouw account inloggen op couchsurfing. Leg uit wat dit is en laat ze even rondkijken.

Opdracht 1
Laat je cursisten zoeken naar de stad waar ze zijn opgegroeid. Wat zien ze? Zijn er veel couchsurfers die een bank aanbieden? Hoeveel leden willen naar deze plek reizen? Welke evenementen zijn er te vinden? Zou je deze evenementen aanraden?

Opdracht 2
Laat je cursisten nu zoeken naar de stad waar ze graag heen zouden willen. Wat zien ze dan? Zijn er veel couchsurfers die een bank aanbieden? Zijn er veel leden die binnenkort naar deze plek reizen? Wat voor soort evenementen zijn er? Zou je deelnemen aan deze evenementen als je naar deze stad zou gaan? Waarom wel/niet?

Opdracht 3
Als je naar de stad van opdracht 2 zou gaan, zou je dit dan doen via Couchsurfing? Waarom wel/niet?

Bespreek samen hoe je een goede e-mail kan schrijven om te zorgen dat jij mag blijven slapen bij een lid. Bespreek samen de opbouw van de mail en een aantal goede voorbeeldzinnen.

Laat je cursisten nu een e-mail schrijven naar een lid om te vragen voor een overnachting.

Daarin moet de cursist vermelden:

  • Twee redenen waarom hij geschikt is om bij die persoon te overnachten
  • Waarom hij couchsurfing gebruikt
  • Hoelang hij van plan is om te blijven
  • Waarom hij naar deze stad wil komen
  • Aan welke evenementen hij wil deelnemen als hij in de stad is

Loop ondertussen rond om de cursisten te helpen met het samenstellen van de brief. Bespreek de brieven gezamenlijk.

B2 – Wanneer een hoofdzin of een bijzin + link om te printen

Hoofdzin

Een hoofdzin is een ‘normale’ zin, die ook alleen gebruikt kan worden.

Hij kan op drie manieren geschreven worden:

  1. Wie of wat + 1e werkwoord + rest + 2e werkwoord
  2. Tijd/ plaats + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord
  3. Anders woord + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord

Als we maar 1 zin gebruiken, dan is dit altijd een hoofdzin.

De belangrijkste regel: 1e werkwoord op de 2e plek.

Als we twee hoofdzinnen met elkaar willen samenvoegen, gebruiken we een voegwoord.

De voegwoorden voor hoofdzin + hoofdzin

–          want   =          reden

–          en        =          opsomming

–          maar   =          tegenstelling

–          of        =          keuze

–          dus      =          gevolg 

Bijzin:

Bij een bijzin gaan alle werkwoorden achteraan. Een bijzin kan nooit alleen gebruikt worden. De bijzin wordt altijd gebruikt met een hoofdzin.

Hoe maken we een bijzin

Wie of wat + rest + alle werkwoorden

De belangrijkste regel van een bijzin: alle werkwoorden achteraan.

Wanneer is er sprake van een bijzin?

  1. Alles met dat (indirecte reden) – denken dat

– voelen dat

– horen dat

– hopen dat

– zien dat

– voelen dat etc……

Ik denk dat ik moe ben

Ik hoop dat ik geslaagd ben

Ik zie dat je niet kan komen

2. Alles met de vraagwoorden (relatieve bijzin)

– wie

– wat

– wanneer

– waarom

– waar

– hoe

3. alles met ‘die’ en ‘wie’       (relatieve bijzin)

De boeken die op tafel liggen..

De kinderen met wie ik vroeger speelde

4. een aantal voegwoorden voor hoofdzin + bijzin  en bijzin + hoofdzin

– omdat          =          reden

– als                =          wanneer

– doordat        =          reden/ gevolg

– mits              =          op voorwaarde dat

– tenzij            =          behalve als

– nadat/ voordat/ terwijl       = tijd

– zodat            =          gevold

– opdat           =          doel/ middel

– aangezien    =          reden/ verklaring

Wil je dit uitprinten? Klik dan op deze link: b2-wanneer hoofdzin:bijzin

1
Spring naar toolbar