• +31 97023229333
  • info@detaalschool.com

Tagarchief nederlands

Alleen met Kerstmis? Met deze tips maak je het fijn (A2)

Niemand hoeft alleen te zijn met Kerstmis. En het hoeft ook niet, maar het mag wel. Soms kan het niet anders. En het kan ook fijn zijn.

Maak een wandeling

Ga naar buiten. Frisse lucht doet altijd goed. Het is gezond en het maakt je vrolijk. Ga naar een plek waar je nog nooit geweest bent, maar je wel graag heen wil. Je hebt alle tijd. Heerlijk!

Lees je favoriete boek nog een keer

Een boek dat iedereen je aanraadt, maar waar je nooit tijd voor hebt. Ga op de bank liggen, maak een lekkere kop chocolademelk of thee en rust goed uit.

Doe vrijwilligerswerk

Met kerst wordt er van alles en nog wat georganiseerd. Mensen kunnen je hulp gebruiken. Misschien kun je ergens helpen. Denk bijvoorbeeld eens aan de daklozenopvang of ga langs bij oudere mensen zonder familie.

Maak iets moois

Maak jezelf een mooi kerstcadeau: knap je huis op, schilder een mooi schilderij, schrijf een mooi verhaal of haak een kussen. Misschien kun je wel een nieuw meubelstuk maken.

Woordenlijst

  1. tips = advies, aanraden.
  2. fijn = gezellig, met een goed gevoel.
  3. anders = op een andere manier.
  4. wandeling = lopen om te ontspannen.
  5. frisse lucht = schone lucht, open lucht, de lucht van buiten.
  6. gezond = goed voor je lichaam.
  7. vrolijk = blij
  8. aanraadt / aanraden = advies, tips geven.
  9. vrijwilligerswerk = werk zonder dat je er geld voor krijgt, werk zonder betaling.
  10. van alles en nog wat = veel verschillende dingen / activiteiten.
  11. hulp = je geeft hulp als je iemand helpt.
  12. ergens = op een plek.
  13. daklozenopvang = waar mensen die geen huis hebben kunnen blijven.
  14. zonder = je hebt het niet.
  15. kerstcadeau = iets wat je iemand geeft omdat het Kerstmis is.
  16. knap op / opknappen = mooier / beter maken.
  17. haak = soort breien. Je maakt lussen en die lussen zorgen voor een vorm / figuur.
  18. meubelstuk = iets wat in je huis staat.

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier: A2 – Alleen met kerst? Gebruik deze tips

A1 – kennismaken en ontmoeten

 

Hanna: Hoi!

Thomas: Hallo

Hanna: Ik ben Hanna. Wie ben jij?

Thomas: Ik ben Thomas. Hoe gaat het?

Hanna: Goed, en met jou?

Thomas: Ook goed! Waar kom je vandaan?

Hanna: Ik kom uit Engeland. Waar woon jij?

Thomas: Ik woon in Nederland. Hoe oud ben jij?

Hanna: Ik ben 28 jaar. Hoe oud ben jij?

Thomas: Ik ben 30 jaar. Ik moet weer weg. Tot ziens.

Hanna: Doei!

 

 

Oefening 1
Vul de ontbrekende woorden in

1.Ik _________ Hanna.
2. Wie __________ jij?
3. Hoe _________ het?
4. Hoe _______ het?
5. Waar kom _______ vandaan?
6. Ik ___________ in Engeland.
7. Hoe ________ ben jij?
8. Ik _________ 28 jaar.
9. Hoe _________ je?
10. ________morgen.

Oefening 2
Stel jezelf voor:
1. Mijn naam is ___________.
2. Ik kom uit _____________.
3. Ik ben _______ jaar.
4. Ik ben geboren in __________.

Oefening 3.

Hallo, ik ben Hanna. Ik ben 28 jaar oud. Ik kom uit Engeland. Ik woon nu in Utrecht. Wie ben jij?

Stel jezelf voor zoals Hanna ook doet. 

 

 

1
Spring naar toolbar