A1 – kennismaken en ontmoeten

The basics of Dutch: 1 kennismaken: ontmoeten

Hanna: Hoi!

Thomas: Hallo

Hanna: Ik ben Hanna. Wie ben jij?

Thomas: Ik ben Thomas. Hoe gaat het?

Hanna: Goed, en met jou?

Thomas: Ook goed! Waar kom je vandaan?

Hanna: Ik kom uit Engeland. Waar woon jij?

Thomas: Ik woon in Nederland. Hoe oud ben jij?

Hanna: Ik ben 28 jaar. Hoe oud ben jij?

Thomas: Ik ben 30 jaar. Ik moet weer weg. Tot ziens.

Hanna: Doei!

 

 

Oefening 1
Vul de ontbrekende woorden in

1.Ik _________ Hanna.
2. Wie __________ jij?
3. Hoe _________ het?
4. Hoe _______ het?
5. Waar kom _______ vandaan?
6. Ik ___________ in Engeland.
7. Hoe ________ ben jij?
8. Ik _________ 28 jaar.
9. Hoe _________ je?
10. ________morgen.

Oefening 2
Stel jezelf voor:
1. Mijn naam is ___________.
2. Ik kom uit _____________.
3. Ik ben _______ jaar.
4. Ik ben geboren in __________.

Oefening 3.

Hallo, ik ben Hanna. Ik ben 28 jaar oud. Ik kom uit Engeland. Ik woon nu in Amsterdam. Wie ben jij?

Stel jezelf voor zoals Hanna ook doet. 

 

Meer oefeningen? Kijk bij de modules.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.