Omgaan met stress (A2)

Af en toe stress voelen is niet erg, maar als je het gevoel hebt dat je de controle verliest, dan is er een probleem. Om dit te voorkomen hebben we een paar tips voor je.

Tip 1:

Schrijf alle gedachtes op. Kijk naar je blaadje. Welke gedachtes veroorzaken stress? Schrijven is een fijne manier om je gedachten op een rijtje te zetten. Onthoud dat de gedachten die je opschrijft geen feiten zijn. Je stress wordt niet veroorzaakt door de gedachten maar doordat je denkt dat ze waar zijn.

Tip 2:

Probeer je in iemand anders te verplaatsen. Hoe zou jouw situatie dan voelen? Of hoe zou iemand anders omgaan met jouw situatie en problemen? Door hiernaar te kijken, zie je al snel het probleem en hoe je dit moet oplossen. Vraag je af: wat is er het ergste wat er kan gebeuren?

Tip 3:

Breek het probleem in stukken. Grote problemen zijn moeilijk te overzien. Hierdoor krijg je snel stress. Als je stap voor stap een oplossing bedenkt wordt het makkelijker om het te overzien en los je het probleem langzaam in zijn geheel op.

Tip 4:

Bekijk het probleem op een andere manier. Je hersenen zullen er dan op een andere manier mee omgaan, waardoor je minder stress hebt.

Tip 5:

Praat er met mensen over. Iemand kan je vaak een nieuwe, frisse blik geven op de situatie.

Tip 6:

Pas je verwachting aan. Als je de verwachting aanpast, voel je vaak ook minder druk.

Tip 7:

Waardeer de dingen die goed gaan. Maak een lijstje van alle dingen die wel goed gaan. Door dit te doen lijken je problemen opeens een stuk minder groot.

Woordenlijst

  1. omgaan met = hoe je het behandelt, hanteren.
  2. af en toe = soms.
  3. voorkomen = zorgen dat het niet gebeurt.
  4. veroorzaken = zorgen voor.
  5. op een rijtje zetten = een overzicht maken.
  6. onthoud / onthouden = niet vergeten.
  7. feiten = iets wat waar is, de werkelijkheid staat vast.
  8. in iemand anders verplaatsen = bedenken hoe iemand anders zich kan voelen.
  9. oplossen = laten verdwijnen, stoppen, beëindigen.
  10. overzien = het helemaal duidelijk zien.
  11. in zijn geheel = helemaal.
  12. een stuk minder groot = heel veel kleiner.

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier: A2 – omgaan met stress

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.