Oefenen met vaste voorzetsels #1

  1. Hij is aansprakelijk ____________ voor het breken van die laptop.
  2. Er is geen aanleiding __________ dat vervelende gedrag.
  3. De vakantie hangt af ____________ het geldbedrag dat we kunnen besteden.
  4. Ben jij bekend ____________ de onregelmatige werkwoorden?
  5. Ik ben bezig _____________ de voorbereiding van de vergadering.
  6. Hij is boos __________ de buurman. Hij draait elke avond harde muziek.
  7. Jij levert ___________ alles wat ik zeg commentaar. Dat vind ik niet fijn.
  8. Ik ben dol ___________ de koekjes van de Albert Heijn.
  9. Ik hunker ______________ zon, zee en strand.
  10. Dat geld weegt niet op _________________ de emotionele waarde van het horloge.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.