• +31 97023229333
  • info@detaalschool.com

Tagarchief Schrijven

De kantoortuin is ongezond (B1)

De kantoortuin is ongezond

De kantoortuin is ongezond. Dit blijkt uit een onderzoek van tv-programma De Monitor. De kantoortuin zorgt voor vermoeidheid, stress en hoofdpijn. Bijna 60 procent van de bedrijfsartsen vindt dat we de kantoortuin moeten afschaffen.

Het TV-programma De Monitor vroeg negentig mensen die werken in een kantoortuin wat hun klachten zijn. Deze waren vooral: vermoeidheid, hoofdpijn en stress. Ook wordt de kantoortuin vaak genoemd als reden tot verzuim. Artsen denken dat verzuim op de werkvloer zal dalen als er minder collega’s in een ruimte zouden zitten. 

Er is ook een voordeel aan de kantoortuin: collega’s gaan sneller met elkaar in gesprek. Daardoor worden zaken sneller afgehandeld dan wanneer je alles via de mail moet bespreken. Daarnaast is het goedkoper voor de werkgever om meerdere collega’s in een ruimte te laten werken dan voor iedereen een apart kantoor te creëren. 

Wat zou een goede oplossing zijn?

Uit hetzelfde onderzoek kwam naar voren dat het meest gezonde kantoor gebaseerd is op activity based working. Dit houdt in dat er in je kantoor verschillende ruimtes zijn die passen bij de werkzaamheden. Hierbij kun je denken aan: belhokjes, stilteruimtes, (informele) overleg- en vergaderplekken.

 

Woordenlijst:

  1. de kantoortuin = Een indeling voor een kantoor waarbij meerdere mensen in een ruimte zitten zonder scheiding.
  2. vermoeidheid = moeheid
  3. afschaffen = er een einde aan maken
  4. verzuim = niet naar je werk gaan
  5. dalen = minder worden
  6. met elkaar in gesprek gaan = met iemand een gesprek starten
  7. afgehandeld / afhandelen = het klaar maken / problemen oplossen
  8. uit een onderzoek naar voren komen = bleek / het resultaat van het onderzoek was
  9. gebaseerd = hoe je tot iets komt
  10. overleg- en vergaderplekken = Ruimtes waar je met elkaar kunt spreken over bepaalde onderwerpen.

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier: De kantoortuin is ongezond (B1)

 

Dit zijn de negen mooiste treinstations van de wereld (A2)

Reis je vaak met de trein? Misschien ben je dan weleens op een van deze stations geweest. Dit zijn de negen mooiste treinstations ter wereld.

  1. Heslinki, Finland

Dit station is in 1919 gebouwd. Het station heeft mooie standbeelden aan de zijkant.

2. Atocha (Madrid), Spanje

Dit is het grootste station van Madrid. In de centrale hal is een tuin en een vijver gemaakt. Naast de tuin en de vijver zijn restaurants.

3. Jungfraujoch, Zwitserland

Dit station ligt op een berg. Het is het hoogste station van Europa. Het is een mooie route om er te komen.

4. Metz-Ville, Frankrijk

Dit treinstation is ook een historisch monument. De toren is in 1908 gebouwd. De Fransen vinden dit station het mooiste station van het land.

5. Antwerpen, België

Het treinstation van Antwerpen is prachtig. Je kijkt je ogen uit. De ramen zorgen voor mooi licht.

6. Sao Bento (Porto), Portugal

Dit treinstation heeft mooie tekeningen op de muren.

7. Liège – Guillemins, België

Vanuit dit station kun je met de sneltrein naar Frankrijk of Duitsland.

8. Kanazawa, Japan

Dit station ligt twee uur (met de trein) van Tokyo. Het station heeft een grote houten entree.

9. Chhatrapati Shivaji (Mumbai), India

Dit station is gebouwd in 1890 en er komen elke dag meer dan drie miljoen reizigers.

Woordenlijst

  1. treinstations / het treinstation = plaats waar treinen stoppen. Hier kun je in de trein stappen of uit de trein stappen.
  2. standbeelden / het standbeeld = een beeld van (meestal) een persoon. Dit beeld is van stevig materiaal gemaakt en kun je bekijken en aanraken.
  3. de zijkant = vlak van een voorwerp. Niet de voorkant en niet de achterkant.
  4. centrale hal = de plek waar je het station binnenkomt en waar je alles kunt vinden.
  5. vijver = een (heel) klein meer dat door mensen is gemaakt.
  6. route = de weg die je moet afleggen.
  7. een historisch monument = een gebouw uit het verleden. Het gebouw herinnert je aan het verleden.
  8. prachtig = heel mooi
  9. je kijkt je ogen uit / je ogen uitkijken = iets prachtig vinden om te zien.
  10. tekeningen / de tekening = een afbeelding die met potlood, pen of krijt is gemaakt.
  11. entree = de ingang naar een gebouw.
  12. reizigers / de reiziger = een reiziger is iemand die reist.

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier: A2 – de negen mooiste treinstations ter wereld

Wil je deze tekst + vragen en lesideeën wekelijks in je mail vinden? Schrijf je dan hier in.

De rustige plekken van Maastricht (A2)

De rustige plekken van Maastricht

Voor wie het een paar dagen offline wil zijn, is Maastricht een hele fijne plek. In deze stad vind je veel stille plekjes.

Er zijn veel bijzondere plekjes waar je rust kunt vinden in Maastricht. Deze plekjes vind je als je doordeweeks in Maastricht bent. Stop je telefoon onder in je tas en zet hem op stil

Drie plekken om rust te vinden zijn:

Stadspark

Hier kun je langs de stadsmuur slenteren en de mooie beelden bekijken. Je kunt het water van de rivier de Jeker horen.

Maastricht onder de grond

Onder de stad kun je veel gangen vinden met een mooi historisch verhaal. Geen licht, geen geluid en geen wifi.

Onze Lieve Vrouwebasiliek

Dit is een van de oudste kerken van Nederland en het is een bijzondere plek om even stil te zitten.

Woordenlijst

  1. rustige plekken = ergens waar je kunt zijn waar het stil is.
  2. fijne / fijn = leuk, prettig.
  3. bijzondere / bijzonder = speciaal / ongewoon / apart.
  4. rust = zonder drukte.
  5. doordeweeks = maandag t/m vrijdag. De dagen die in een werkweek vallen.
  6. op stil zetten = het geluid uitschakelen.
  7. slenteren = langzaam lopen.
  8. beelden = een voorstelling van iets. Je kunt het aanraken. Een standbeeld.
  9. gangen = doorgangen.
  10. historisch = volgens de geschiedenis.

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier: A2 – De rustige plekken van Maastricht

Wil je deze tekst + vragen en lesideeën wekelijks in je mail vinden? Schrijf je dan hier in.

Oefenen met voegwoorden #1 (B1) + link om te printen

  1. Hoewel __________________, ga ik toch naar mijn werk.
  2. Kyra gaat naar bed, nadat _______________________.
  3. Ik ga vandaag niet werken, want ___________________________.
  4. Ik spreek de man aan, zodra _______________________.
  5. Totdat ________________________, blijf ik in bed liggen.
  6. Als___________________________, zou je een feest moeten geven.
  7. Ik luister naar mijn favoriete muziek, terwijl _____________________.
  8. Hans en Kimberly zijn verliefd, dus __________________________.
  9. Ik zal mijn huiswerk maken, zodat __________________________.
  10. Omdat we niet getrouwd zijn, _________________________________.

Printen? Dat kan hier: Voegwoorden #1 B1

Vul het juiste werkwoord in #1 (A1) + link om te printen

  1. Hans ______________ dorst. Hij drinkt limonade
  2. Ik ___________ gezond zijn. Daarom laat ik me elke week controleren bij de dokter.
  3. Je ____________ veel fruit eten om gezond te zijn.
  4. De dokter ___________ een vriendelijke man.
  5. Als ik meer geld voor mijn werk heb, dan ____________ ik op vakantie gaan.
  6. Als ik moet werken, dan ____________ ik elke dag vroeg opstaan.
  7. Ik _________ elke zaterdag naar de markt.
  8. Elke zondag ____________ ik mijn familie een e-mail.
  9. Kleine kinderen ___________ een prik bij de dokter.
  10. Elke dag ____________ ik 10 minuten op de bus wachten.

Wil je deze oefening printen? Dat kan hier: Vul het werkwoord in#1 (A1)

Schrijfopdracht #1 (B2)

Je werkt nu ongeveer een half jaar bij je huidige werkgever. Je werkt bij een ecologisch bedrijf, maar het valt je op dat dit bedrijf heel veel plastic gebruikt. Dit is in strijd met de waarden waar ze voor staan. Schrijf een stukje voor het personeelsblad. Je wil jouw collega’s overtuigen om minder plastic te gebruiken. Ze werken immers bij een bedrijf dat staat voor een beter milieu.

 Gebruik minstens 3 argumenten.

Printen? Dat kan hier: schrijfopdracht #1 (b2)

Oefenen met vaste voorzetsels #1

  1. Hij is aansprakelijk ____________ voor het breken van die laptop.
  2. Er is geen aanleiding __________ dat vervelende gedrag.
  3. De vakantie hangt af ____________ het geldbedrag dat we kunnen besteden.
  4. Ben jij bekend ____________ de onregelmatige werkwoorden?
  5. Ik ben bezig _____________ de voorbereiding van de vergadering.
  6. Hij is boos __________ de buurman. Hij draait elke avond harde muziek.
  7. Jij levert ___________ alles wat ik zeg commentaar. Dat vind ik niet fijn.
  8. Ik ben dol ___________ de koekjes van de Albert Heijn.
  9. Ik hunker ______________ zon, zee en strand.
  10. Dat geld weegt niet op _________________ de emotionele waarde van het horloge.

 

 

Schrijven #1 + link om te printen (A1)

 

Ik                                   stam                                                     loop

Jij / je / u                      stam + t                                               loopt

 Hij                                stam + t                                               loopt

Zij                                  stam + t                                              loopt

 

Wij / we                       infinitief                                              lopen

Jullie                            infinitief                                              lopen

Zij / ze                         infinitief                                              lopen

 

Vul de goede vorm van het werkwoord in.

  1. Hanna ______________ (bezoeken) Nederland.
  2. Hanna ___________ (ontmoeten) Thomas.
  3. Thomas _____________ (wonen) in Utrecht.
  4. Hanna en Thomas _____________ (worden) vrienden.
  5. Thomas ________________ (studeren) in Rotterdam.
  6. Hanna, wat _________(vinden) je van Thomas?
  7. Hij _______________ (spreken) goed Nederlands.
  8. Ik ________________ (spreken) nog niet goed Nederlands.
  9. Thomas ___________ (leren) Hanna Nederlands.
  10. Zij ________________ (eten) chocolade koekjes.

 

Printen inclusief grammatica: A1 – schrijven1

Printen inclusief grammatica (met Engelse vertaling):A1 – schrijven1- engels

 

Lesidee #2: ‘vraag om een overnachting via couchsurfing’ (B1-B2)

Lesidee #2

Let op: deze opdracht is het meest geschikt voor expats. Couchsurfing is (helaas) niet in het Nederlands beschikbaar. Zorg er dus voor dat je deze opdracht uitvoert bij cursisten waarvan je weet dat ze Engels kunnen lezen.

Couchsurfing is het grootste internationale netwerk dat gebaseerd is op gastvrijheid. Je kunt gratis lid worden van deze website (www.couchsurfing.com). Als je lid bent kun je andere leden om een overnachting op hun bank vragen. Ook kun je aangeven of jij plek hebt om andere mensen op jouw bank te laten overnachten.

Maak een gratis account aan op couchsurfing. Laat je cursisten via jouw account inloggen op couchsurfing. Leg uit wat dit is en laat ze even rondkijken.

Opdracht 1
Laat je cursisten zoeken naar de stad waar ze zijn opgegroeid. Wat zien ze? Zijn er veel couchsurfers die een bank aanbieden? Hoeveel leden willen naar deze plek reizen? Welke evenementen zijn er te vinden? Zou je deze evenementen aanraden?

Opdracht 2
Laat je cursisten nu zoeken naar de stad waar ze graag heen zouden willen. Wat zien ze dan? Zijn er veel couchsurfers die een bank aanbieden? Zijn er veel leden die binnenkort naar deze plek reizen? Wat voor soort evenementen zijn er? Zou je deelnemen aan deze evenementen als je naar deze stad zou gaan? Waarom wel/niet?

Opdracht 3
Als je naar de stad van opdracht 2 zou gaan, zou je dit dan doen via Couchsurfing? Waarom wel/niet?

Bespreek samen hoe je een goede e-mail kan schrijven om te zorgen dat jij mag blijven slapen bij een lid. Bespreek samen de opbouw van de mail en een aantal goede voorbeeldzinnen.

Laat je cursisten nu een e-mail schrijven naar een lid om te vragen voor een overnachting.

Daarin moet de cursist vermelden:

  • Twee redenen waarom hij geschikt is om bij die persoon te overnachten
  • Waarom hij couchsurfing gebruikt
  • Hoelang hij van plan is om te blijven
  • Waarom hij naar deze stad wil komen
  • Aan welke evenementen hij wil deelnemen als hij in de stad is

Loop ondertussen rond om de cursisten te helpen met het samenstellen van de brief. Bespreek de brieven gezamenlijk.

Maak de zinnen af (A2) + link om te printen

 

 

 

 

  1.  Mijn vriendin is zwanger, dus____________________________________________
  2.  Morgen ga ik naar de sportschool en______________________________________
  3.  Thomas gaat op reis om______________________________________________
  4.  Sinterklaas komt aan in Nederland als______________________________________
  5.  Ik hou niet van regen, want_______________________________________________
  6.  Vanavond kijken we een film en___________________________________________
  7.  Wij gaan naar een makelaarskantoor om____________________________________
  8.  Deze film trekt me aan, omdat___________________________________________
  9.  Ik bied je een kopje thee aan, dus__________________________________________
  10.  Mijn opa is overleden, maar_______________________________________________
  11.  Gabriëlla gaat vanavond uit, want__________________________________________
  12.  Na kerstmis zullen wij op vakantie gaan, omdat_______________________________
  13.  Jullie lezen een boek als__________________________________________________
  14.  Dirk drinkt na zijn voetbaltraining een drankje of______________________________
  15.  Er bestaan veel insecten. Vroeger__________________________________________
  16.  Ik begrijp de opdracht niet, dus____________________________________________
  17.  Na het examen ga ik op vakantie, want______________________________________
  18.  Ik ben ziek, dus_________________________________________________________
  19.  Ik ga naar de supermarkt om______________________________________________
  20.  De stroopwafels vind ik het lekkerst, omdat__________________________________

Wil je deze zinnen printen? Dat kan hier: zinnen afmaken (A2)

12
Spring naar toolbar