• +31 97023229333
  • info@detaalschool.com

Tagarchief zinnen maken

Hoe kun je het beste ontspannen? (B2)

Werkgevers zien de ene burn-out na de andere opduiken. Er is veel stress omdat we steeds drukker zijn. We vergeten hoe groot het belang van goede ontspanning is. Hoe minder we ontspannen, hoe productiever we zijn, toch?

Dat ontspanning leidt tot minder productiviteit is een mythe. Niets is minder waar. Hoe meer we ontspannen, hoe beter onze resultaten op de werkvloer zijn.

Wie beter kan ontspannen kan namelijk daarna frisser en langer doorwerken. We geven je een aantal tips om te leren hoe je goed kunt ontspannen.

1. Creëer een stressvrije omgeving 

Maak een kamer in je huis helemaal stressvrij. Plaats mooie planten, zet rustige muziek op en maak kaarsjes aan . Zorg dat je in deze ruimte zo min mogelijk op je telefoon bent en geniet van het moment als je in deze ruimte bent.

2. Ga sporten

Misschien vind je sporten helemaal niet leuk, maar toch is dit een goede manier om te ontspannen. Het verlaagt je bloeddruk en maakt geluksstofjes in je hersenen aan. Als je helemaal niet van sporten houdt, probeer dan om eens af en toe te wandelen. De buitenlucht alleen al zorgt voor een ontspannen gevoel.

3. Maak vaker een grapje

Lachen zorgt dat je stress verliest. Zelfs een glimlach neemt al spanning weg. Na een goede lachbui voel je je automatisch ontspannen. Een tip om te lachen: kijk eens samen met je vrienden  een aflevering van Friends. Wedden dat je vanzelf moet lachen?

 

Woordenlijst

  1. ontspannen = tot rust komen
  2. de ene …… na de andere opduiken = plotseling / opeens verschijnen
  3. van belang = voordeel
  4. productiviteit = de hoeveelheid en kwaliteit van het werk binnen een bepaalde tijd.
  5. mythe = het is niet waar, het klopt niet. Letterlijk: verhalen over goden en halfgoden.
  6. niets is minder waar = het klopt helemaal niet. Letterlijk: niets anders is zo ver van de waarheid.
  7. op de werkvloer = op de werkplek 
  8. creëer / creëren  = maken / zorgen dat het ontstaat
  9. verlaagt / verlagen = maakt het minder
  10. geluksstofjes = het stofje dat vrijkomt in je hersenen waardoor je gelukkig(er) wordt. Ook wel serotonine genoemd.
  11. wegnemen = weghalen
  12. spanning = een situatie waarbij je onrustig of zenuwachtig bent of wordt.
  13. lachbui = voor een langere tijd aan een stuk door lachen.
  14. wedden = beweren van een voorspelling / zeker weten dat je voorspelling klopt. 
  15. vanzelf = zonder hulp

 

 

De tekst + woordenlijst printen? Dat kan hier:B2 – Hoe kun je het beste ontspannen?

 

Maak de zinnen af (A2) + link om te printen

 

 

 

 

  1.  Mijn vriendin is zwanger, dus____________________________________________
  2.  Morgen ga ik naar de sportschool en______________________________________
  3.  Thomas gaat op reis om______________________________________________
  4.  Sinterklaas komt aan in Nederland als______________________________________
  5.  Ik hou niet van regen, want_______________________________________________
  6.  Vanavond kijken we een film en___________________________________________
  7.  Wij gaan naar een makelaarskantoor om____________________________________
  8.  Deze film trekt me aan, omdat___________________________________________
  9.  Ik bied je een kopje thee aan, dus__________________________________________
  10.  Mijn opa is overleden, maar_______________________________________________
  11.  Gabriëlla gaat vanavond uit, want__________________________________________
  12.  Na kerstmis zullen wij op vakantie gaan, omdat_______________________________
  13.  Jullie lezen een boek als__________________________________________________
  14.  Dirk drinkt na zijn voetbaltraining een drankje of______________________________
  15.  Er bestaan veel insecten. Vroeger__________________________________________
  16.  Ik begrijp de opdracht niet, dus____________________________________________
  17.  Na het examen ga ik op vakantie, want______________________________________
  18.  Ik ben ziek, dus_________________________________________________________
  19.  Ik ga naar de supermarkt om______________________________________________
  20.  De stroopwafels vind ik het lekkerst, omdat__________________________________

Wil je deze zinnen printen? Dat kan hier: zinnen afmaken (A2)

B2 – Wanneer een hoofdzin of een bijzin + link om te printen

Hoofdzin

Een hoofdzin is een ‘normale’ zin, die ook alleen gebruikt kan worden.

Hij kan op drie manieren geschreven worden:

  1. Wie of wat + 1e werkwoord + rest + 2e werkwoord
  2. Tijd/ plaats + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord
  3. Anders woord + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord

Als we maar 1 zin gebruiken, dan is dit altijd een hoofdzin.

De belangrijkste regel: 1e werkwoord op de 2e plek.

Als we twee hoofdzinnen met elkaar willen samenvoegen, gebruiken we een voegwoord.

De voegwoorden voor hoofdzin + hoofdzin

–          want   =          reden

–          en        =          opsomming

–          maar   =          tegenstelling

–          of        =          keuze

–          dus      =          gevolg 

Bijzin:

Bij een bijzin gaan alle werkwoorden achteraan. Een bijzin kan nooit alleen gebruikt worden. De bijzin wordt altijd gebruikt met een hoofdzin.

Hoe maken we een bijzin

Wie of wat + rest + alle werkwoorden

De belangrijkste regel van een bijzin: alle werkwoorden achteraan.

Wanneer is er sprake van een bijzin?

  1. Alles met dat (indirecte reden) – denken dat

– voelen dat

– horen dat

– hopen dat

– zien dat

– voelen dat etc……

Ik denk dat ik moe ben

Ik hoop dat ik geslaagd ben

Ik zie dat je niet kan komen

2. Alles met de vraagwoorden (relatieve bijzin)

– wie

– wat

– wanneer

– waarom

– waar

– hoe

3. alles met ‘die’ en ‘wie’       (relatieve bijzin)

De boeken die op tafel liggen..

De kinderen met wie ik vroeger speelde

4. een aantal voegwoorden voor hoofdzin + bijzin  en bijzin + hoofdzin

– omdat          =          reden

– als                =          wanneer

– doordat        =          reden/ gevolg

– mits              =          op voorwaarde dat

– tenzij            =          behalve als

– nadat/ voordat/ terwijl       = tijd

– zodat            =          gevold

– opdat           =          doel/ middel

– aangezien    =          reden/ verklaring

Wil je dit uitprinten? Klik dan op deze link: b2-wanneer hoofdzin:bijzin

1
Spring naar toolbar