• +31 97023229333
  • info@detaalschool.com

Author Archive De Taalschool

Deel 1.1: voorbereiding op staatsexamen I schrijven – online programma

Deel 1.1 – voorbereiding voor Staatsexamen I – schrijven

 1. Geef antwoord op de vragen.

Voorbeeld:

Wat doe je als de zon schijnt?

–          Als de zon schijnt, ga ik picknicken.

Wanneer ga je het staatsexamen maken?

–          Als ik genoeg geleerd heb.

  1. Waarom huppel je vandaag door de straat?
  2. Waar ga je heen als je op vakantie gaat?
  3. Wanneer vind je dat je goed Nederlands praat?
  4. Wat doe je als het regent?
  5. Wat doe je morgenmiddag?
  6. Wanneer ga je naar een feestje?
  7. Waarom ga je vroeg slapen?
  8. Waarom ben je zenuwachtig?
  9. Wat doe je als er geen les is?
  10. Wanneer ben je heel moe?
  11. Wanneer eet je heel veel?
  12. Waar wil je wonen als je een plek op de wereld mocht kiezen?
  13. Wat zou je doen als je kon toveren?
  14. Wanneer ben je verdrietig?
  15. Waarom zou je nieuwe kleren willen kopen?
  16. Wat doe je terwijl je eet?
  17. Wat doe je als je verliefd bent?
  18. Waar ga je sporten?
  19. Wanneer ga je sporten?
  20. Waarom leer je Nederlands?
  21. Wat doe je na het eten?
  22. Wat doe je voordat je gaat slapen?
  23. Welke dag van de week vind je het fijnst? Waarom?
  24. Wat doe je als je je vrienden ziet?
  25. Wanneer ga je werken?

2.
Stel je voor: je wil op vakantie. Je geliefde kan niet mee. Je wil graag dat een vriendin meekomt. Je moet haar overtuigen om met jou mee om vakantie te gaan. Je gaat naar Zweden. Geef drie goede argumenten waarmee je haar kan overtuigen.

Schrijf de brief. Denk aan de juiste voegwoorden.

 

 

 

B2 – nieuws – De sinaasappelplukkers voor Albert Heijn werken in slechte omstandigheden

De sinaasappelplukkers voor de Albert Heijn werken in slechte werkomstandigheden

De Albert Heijn heeft een app gemaakt waarbij de winkel kan controleren waar hun eigen sinaasappelsap vandaan komt. De Albert Heijn heeft ontdekt dat de werkomstandigheden van de mensen die de sinaasappels plukken zeer slecht zijn.

Blijkbaar verblijven arbeiders in onveilige en onhygiënische plekken, zonder bedden of water en krijgen zeer weinig loon.  Dat heeft de arbeidsrechter uit Brazilië medegedeeld. Albert Heijn zal een bedrag betalen dat dient als compensatie voor achterstallig salaris en nooit ontvangen reiskosten.

Albert Heijn zegt de commotie te betreuren. Ze vinden het onterecht. Zij geven aan dat dit gaat over een probleem in 2013 en niet 2016. Daarom vinden ze het onterecht dat ze nu moeten betalen.

Woordenlijst
Werkomstandigheden = de situatie op werk waarin je moet werken.
Plukken = van takken losmaken, uit de bomen halen.
Blijkbaar = iets is bewezen, je hebt bewijs dat het echt zo is.
Onveilig = niet veilig, het is gevaarlijk.
Onhygiënisch = er zijn veel bacteriën, het is slecht voor de gezondheid.
Achterstallig salaris = salaris dat niet is betaald, salaris dat de werkgever nog moet betalen.
Reiskosten = de kosten die je maakt als je van plek naar plek reist.
De commotie = het probleem of de gebeurtenis waar iedereen over praat.
Betreuren = je vindt het jammer, je wilde dat het anders was.
Onterecht = niet terecht, niet eerlijk, het klopt niet.

Wil je lesmateriaal ontvangen? Stuur een e-mail naar: info@detaalschool.com en we sturen gratis lesmateriaal naar je e-mail.

 

B1 – woordenlijst 1 – hulpmiddel voor oefeningen – Beroep

Beroep

Zoek de betekenissen van deze woorden op. Deze woorden zullen je helpen bij het maken van oefeningen met het onderwerp: ‘beroep’.

  1. Werkgever
  2. Werknemer
  3. Sollicitatiegesprek
  4. Solliciteren
  5. Vacature
  6. Uitzendbureau
  7. In vergelijking met
  8. In grote mate
  9. Voltijd
  10. Deeltijd
  11. De banenmarkt
  12. De arbeidsmarkt
  13. Beroep
  14. Werk
  15. Baan
  16. Enthousiast
  17. Manager
  18. Compensatie
  19. Interesse
  20. Vrije tijd
  21. Zelfstandig
  22. Onder begeleiding
  23. Stage
  24. Voor de lol
  25. Serieus
  26. Flierefluiten
  27. Geschikte kleding
  28. Indruk maken
  29. Voldoening krijgen
  30. Nuttig
  31. Praktisch
  32. Theoretisch
  33. Kantoorbaan
  34. Werken met je handen
  35. Uitputten
  36. Adviseren
  37. Vrijwillig
  38. Beroep uitoefenen
  39. Geschikt
  40. Locatie

Wil je oefeningen ontvangen die bij deze woorden horen? Stuur een e-mail naar info@detaalschool.com en wij sturen de oefeningen gratis naar je toe.

Wil je deze woorden printen? Dat kan hier: B1 – woordenlijst 1

B2 – Wanneer een hoofdzin of een bijzin + link om te printen

Hoofdzin

Een hoofdzin is een ‘normale’ zin, die ook alleen gebruikt kan worden.

Hij kan op drie manieren geschreven worden:

  1. Wie of wat + 1e werkwoord + rest + 2e werkwoord
  2. Tijd/ plaats + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord
  3. Anders woord + 1e werkwoord + wie of wat + rest + 2e werkwoord

Als we maar 1 zin gebruiken, dan is dit altijd een hoofdzin.

De belangrijkste regel: 1e werkwoord op de 2e plek.

Als we twee hoofdzinnen met elkaar willen samenvoegen, gebruiken we een voegwoord.

De voegwoorden voor hoofdzin + hoofdzin

–          want   =          reden

–          en        =          opsomming

–          maar   =          tegenstelling

–          of        =          keuze

–          dus      =          gevolg 

Bijzin:

Bij een bijzin gaan alle werkwoorden achteraan. Een bijzin kan nooit alleen gebruikt worden. De bijzin wordt altijd gebruikt met een hoofdzin.

Hoe maken we een bijzin

Wie of wat + rest + alle werkwoorden

De belangrijkste regel van een bijzin: alle werkwoorden achteraan.

Wanneer is er sprake van een bijzin?

  1. Alles met dat (indirecte reden) – denken dat

– voelen dat

– horen dat

– hopen dat

– zien dat

– voelen dat etc……

Ik denk dat ik moe ben

Ik hoop dat ik geslaagd ben

Ik zie dat je niet kan komen

2. Alles met de vraagwoorden (relatieve bijzin)

– wie

– wat

– wanneer

– waarom

– waar

– hoe

3. alles met ‘die’ en ‘wie’       (relatieve bijzin)

De boeken die op tafel liggen..

De kinderen met wie ik vroeger speelde

4. een aantal voegwoorden voor hoofdzin + bijzin  en bijzin + hoofdzin

– omdat          =          reden

– als                =          wanneer

– doordat        =          reden/ gevolg

– mits              =          op voorwaarde dat

– tenzij            =          behalve als

– nadat/ voordat/ terwijl       = tijd

– zodat            =          gevold

– opdat           =          doel/ middel

– aangezien    =          reden/ verklaring

Wil je dit uitprinten? Klik dan op deze link: b2-wanneer hoofdzin:bijzin

koffie en kilometers

Lezen B1 – De meeste warme dagen ooit in Nederland!

Dit jaar kent al een recordaantal warme dagen. Afgelopen zomer waren er 116 warme dagen in Nederland. Dit aantal wordt gedeeld met de koploper 2003.

 Op 45 procent van de dagen in 2018 kwam de temperatuur boven de 20 graden. Dat meldt Michiel Severin, meteoroloog van Weerplaza. Dit jaar heeft al sinds augustus het record voor hoogste aantal zomerse dagen. Zomerse dagen zijn dagen met minstens 25 graden. Inmiddels staan we op 55 zomerse dagen, en er zullen nog enkele bij komen. Het record tropische dagen is nog niet bereikt dit jaar. De laatste keer dat dat werd bereikt was in 1976. Toen werd het 14 keer 30 graden!

Woordenlijst

recordaantal = de grootste hoeveelheid.
warme dagen = een dag met een maximum van 20 graden of hoger.
de koploper = iets dat beter presteert dan anderen/ iets dat het beste is in iets.
meteoroloog =iemand die voor zijn beroep het klimaat bestudeert.
weerplaza = een website waarop je informatie over het weer kan vinden: www.weerplaza.nl
zomerse dagen = dagen met 25 graden of hoger.
inmiddels = tot nu toe, tot zover.
enkele = een paar.
tropische dagen = dagen met 30 graden of hoger.
bereikt = gehaald.

Deze tekst is afkomstig van: http://www.lindanieuws.nl – 16-09-2018.

Docent of student?

Wil je hiermee oefenen? Klik dan op deze link voor de oefening: B1 lezen

 

 

 

Nieuws 14-9

Daphne Bunskoek is weer te zien in een bioscoopfilm. Dit duurde 15 jaar. Daphne Bunskoek is een Nederlandse presentatrice. Ze zal spelen in een nieuwe tragikomedie.

De laatste film waar Daphne in te zien was, was in 2004. Dit was de film Feestje. Ze speelde samen met Beau van Erven Dorens, Chantal Janzen en Antonie Kamerling. Ze speelde daarna wel nog in series, maar niet meer in films.

Woordenlijst:

  1. Bioscoopfilm: een film die wordt uitgezonden (we zeggen ook wel: gedraaid) in de bioscoop.
  2. Presentatrice: een persoon die radio en/ of televisie maakt.
  3. Beau van Erven Dorens: een Nederlands televisiepresentator, acteur, cabaretier en schrijver.

  1. Chantal Janzen: een Nederlandse actrice, musicalster, zangeres en presentatrice.

  1. Antonie Kamerling: Nederlandse acteur, overleden in 2010.

  1. Series: korte films die elkaar opvolgen/ bij elkaar horen.
  2. Films: Een los verhaal dat op de televisie wordt afgespeeld/ uitgezonden.

Opdracht 1

  1. Wat voor informatie kun je vinden over Beau van Erven Dorens?
  2. Wat voor informatie kun je vinden over Chantal Janzen?
  3. Wat voor informatie kun je vinden over Antonie Kamerling?
  4. Welke serie kijk je graag?
  5. Welke Nederlandse series ken je?

Nieuws 8-9: Lili en Howick zijn ondergedoken

De kinderen uit Armenië, Lili en Howick, zijn ondergedoken. Ze moesten vandaag terug naar Armenië. Dat heeft de Nederlandse regering vanmorgen bepaald. Niemand weet waar ze zijn.

Gisteravond is er nog geprobeerd om ze toch een verblijfsvergunning in Nederland te geven. Het gaat namelijk niet goed met de gezondheid van de moeder van de kinderen. Dit zou een reden kunnen zijn om in Nederland te blijven, maar de rechter was het hier niet mee eens.

De kinderen zijn in Rusland geboren en in Den Haag opgegroeid. Ze zijn nooit in Armenië geweest en spreken ook de taal niet. De kinderen willen heel graag in Nederland blijven.

Ondergedoken = verstoppen/ verschuilen, iemand verstopt zich en wil niet gevonden worden.
De Nederlandse regering = dit is de koning + ministers van Nederland. Zij maken alle belangrijke beslissingen die gaan over Nederland.
Bepaald = iemand neemt een besluit, iemand beslist, somebody decides.
De rechter = persoon die beslissingen maakt bij probleem tussen twee (groepen) mensen.
Niet mee eens = je vindt het niet, je denkt anders, je hebt een andere mening, you don’t agree.
Opgegroeid = je hebt er je jeugd doorgebracht, je hebt daar gewoond toen je kind was.

 

Het oorspronkelijke artikel komt uit de Volkskrant van 8 september 2018.

 

Ben je docent? Vind hier lesmateriaal dat je kunt gebruiken bij dit artikel: nieuws 8-9

A1 – kennismaken en ontmoeten

 

Hanna: Hoi!

Thomas: Hallo

Hanna: Ik ben Hanna. Wie ben jij?

Thomas: Ik ben Thomas. Hoe gaat het?

Hanna: Goed, en met jou?

Thomas: Ook goed! Waar kom je vandaan?

Hanna: Ik kom uit Engeland. Waar woon jij?

Thomas: Ik woon in Nederland. Hoe oud ben jij?

Hanna: Ik ben 28 jaar. Hoe oud ben jij?

Thomas: Ik ben 30 jaar. Ik moet weer weg. Tot ziens.

Hanna: Doei!

 

 

Oefening 1
Vul de ontbrekende woorden in

1.Ik _________ Hanna.
2. Wie __________ jij?
3. Hoe _________ het?
4. Hoe _______ het?
5. Waar kom _______ vandaan?
6. Ik ___________ in Engeland.
7. Hoe ________ ben jij?
8. Ik _________ 28 jaar.
9. Hoe _________ je?
10. ________morgen.

Oefening 2
Stel jezelf voor:
1. Mijn naam is ___________.
2. Ik kom uit _____________.
3. Ik ben _______ jaar.
4. Ik ben geboren in __________.

Oefening 3.

Hallo, ik ben Hanna. Ik ben 28 jaar oud. Ik kom uit Engeland. Ik woon nu in Utrecht. Wie ben jij?

Stel jezelf voor zoals Hanna ook doet. 

 

 

Nieuws 7 september: Boyan Slat start met schoonmaak

Zaterdag 8 september begint de schoonmaak van de oceanen. Deze actie is bedacht door een Nederlandse jongen die toen 18 jaar was. De jongen heet Boyan Slat. Hij wil vuilnis opruimen dat ligt in de zee tussen Hawaii en Californië. Daar ligt 80.000 ton vuilnis op een plek dat drie keer zo groot is als Frankrijk!

Zaterdag 8 september kun je de actie zien in San Francisco. In de middag zie je een grote lange zwarte buis die naar de zee wordt gesleept. Dit is het apparaat dat Boyan Slat heeft bedacht om het plastic in de oceanen op te ruimen.

De voorbereiding duurde jaren. Nu gaat het echt beginnen. Boyan Slat is nu 6 jaar ouder, dus 24 jaar. Wetenschappers en sponsors helpen hem. Het is spannend, want niemand weet of het echt gaat lukken. De hele wereld kijkt.

Het oorspronkelijke artikel komt uit de Volkskrant van 7-9 – 2018.

Woordenlijst

Oceanen = een wereldzee
Vuilnis = afval
Ton = spreektaal voor 100.000
Buis = een lange ronde koker/ pijp
Gesleept = voltooide tijd van ‘slepen’, over de grond meetrekken.
Bedacht = voltooide tijd van ‘bedenken’, iets verzinnen, een nieuw idee creëren.
Wetenschappers = iemand die een bepaald onderwerp aan de universiteit heeft gestudeerd.
Sponsors = iemand (een persoon of een organisatie/ bedrijf) die (een deel) voor jou betaalt.

Ben je docent?
Wil je dit artikel in je les gebruiken? Klik hier voor lesmateriaal:  nieuws 7-9